Verslag wildwaterweek Franse Alpen uit Jaarboek 2005

Wildwaterweek 16-24 juli

Zoals de laatste jaren gebruikelijk is, wordt er in de zomer een of twee weken wildwater gevaren door een groep peddelaars van verschillende verenigingen. Van Levitas gaan Anke, Michiel, Geoffrey en Leon. Ook oud-Levitassers Rob en Dick zijn van de partij. Verder leden van Plané, De Batavieren, VKC, HKC en Naviculare (waarbij het best mogelijk dat ik nog een vereniging ben vergeten te noemen).

 

Dit jaar is het Durancedal uitverkoren, mede omdat de Alpen te kampen hebben met wateroverlast en hoog water best leuk is, maar te hoog water niet.

 

Gevaren werden de rivieren: Durance, Guil, Gyronde, Ubaye, Guisane en als toetje de Bonne (op de terugweg). Voor Geoffrey was het een nostalgisch weerzien na in de jaren tachtig een aantal zomers deze rivieren te hebben bevaren.

 

Zaterdag was reisdag, we kampeerden op de "Stip-Yaks"-camping bij de monding van de Guil. Zondag werd een stukje Durance (l'Argentière – St. Crépin) gevaren om weer in te komen. Het grootste deel van de week vaart Geoffrey in de X van Michiel, die na een aantal jaren als C1 door het leven is gegaan, wederom als K1 in de vaart is. Michiel vaart in zijn spiksplinternieuwe Drakkar Wheelboy.

's Middags eskimoteeroefeningen op het nabijgelegen meertje Le Lac.

 

Maandag staat de Guisane op het programma, 's Ochtends de boven-Guisane, een klassiek traject met de befaamde botenkraker (verblokte passage waar ontelbare polyester WW-boten aan een roemloos einde zijn gekomen) . Een onweer houdt ons een half uurtje aan de kant. 's Middags het vervolg, de minstens zo leuke beneden-Guisane. Erwin houdt een middagje rust, zodat Anke in haar eigen boot kan varen, waardoor Lennarts Ace beschikbaar komt voor Geoffrey.

 

Dinsdag weer de Durance, nu het benedenstuk, van St Clément tot Embrun met daarin het "Gat van de Durance" een dikke wals die enkele jaren daarvoor door extreem hoog water van ideale surf- en loopgolf is veranderd in een echte wals. Herstelwerkzaamheden van een plaatselijke kanoclub schijnen geen merkbaar effect gehad te hebben. Niet vol erdoorheen dus, zoals vroeger, maar via de linkerkant direct het keerwater in. Achteraf blijkt het mee te vallen, het gat zuigt niet erg en er kan nog leuk in gespeeld worden.

 

Woensdag een heel eind rijden, langs het stuwmeer van Serre Ponçon, voor het klassieke traject op de Ubaye van Le Martinet naar Le Lauzet.

 

Donderdag de Middel-Guil, van Bramouse naar het stuwmeer. Geoffrey moest twee keer ongepland zijn boor verlaten. Tja, een weekje wildwatervaren kost nu eenmaal veel energie.

's Middags werd door een paar nog de Gyronde gevaren, nadat de Gyr echt te wild werd bevonden.

 

Vrijdag was een rustdag (voor Geoffrey).

 

Zaterdag, reeds op de terugweg, werd nog even de Bonne gedaan. De Bonne, een rivier in een ander dal en veel te ver rijden om tijdens een week Durancedal te varen, stond al heel lang op het programma van Menno van Renswoude (KV De Batavieren). Van hem is het hieronderstaande verslag.

Ik heb hem al een flinke tijd op het verlanglijstje staan, de Bonne, die midden tussen Gap en Grenoble vanuit het Ecrins gebergte in de Franse Alpen in de Drac stroomt. In datzelfde gebied stromen ook de Drac Blanc, Drac Noire en de Sevairesse. De Bonne en de Severaissse zijn de enige rivieren in dit gebied die in de zomer nog interessant genoeg zijn om te gaan varen. Te weinig om er te gaan kamperen maar wel leuk om op doorreis even te doen.

Op doorreis van de Vercors naar het dal van de Veneon komen we er langs en ik maak dankbaar gebruik van de brug halverwege om een van de moeilijkere passages te bekijken.

Een van de moeilijkste passages direct na het Viaduct bij gemiddelde waterstand
(hoger dan wij hem gevaren hebben)

Diep beneden me zie ik zowaar rafts liggen. Dat betekent dat de waterstand hoog genoeg is om te varen en dat eventuele gevaarlijke bomen wel verwijderd zullen zijn.

Een week later, op zaterdag, is het dan eindelijk zover, Rob Snel en zijn vaarmaten vertrekken naar Nederland en gaan op de terugweg waarschijnlijk de Bonne nog even doen. Mayke, Coen, Saskia en ik hebben hetzelfde plan opgevat en kunnen ons eventueel bij hun aansluiten.

Uiteindelijk blijft Mayke achter op de camping om bij te komen van een zware cursusweek en rijden we uiteindelijk met een auto richting de Bonne. Bart Jan heeft het afgelopen week in anderhalf uur gereden. Wij doen er uiteindelijk een uur langer over (dit soort dingen moet je ook niet op zaterdag gaan doen).

We treffen Rob en zijn team in een dorpje in de buurt en gezamelijk rijden we naar het instappunt bij de Pont du Prêtre. We hebben uiteindelijk 6 vaarders en 5 assistenten, omrijden van de auto's is niet nodig. Ik schat de waterstand op net iets boven de 60 cm en in totaal zal er circa 5 kuub door de beek gaan. Een week eerder stond hij denk ik op 70 cm. 60 cm is laag maar door het kloofachtige karakter is de rivier nog steeds goed te bevaren.

Coen en ik nemen Geoffrey mee voorop en Rob, Michiel (Drakker C1) en Dick varen als tweede team achteraan, zoveel mogelijk in het zicht, maar toch op afstand. De Bonne is bijna continu een kloof van 1 tot 5 meter breed en daar wil je niet met teveel vaarders tegelijk doorheen.

Bij een normale waterstand in de Bonne geclassificeerd als continu WW IV met twee passagen daar iets boven en in de tweede helft een WW VI of onbevaarbare passage.

Volgens de beschrijving in de DKV führer en Peter Knowles komt die gevaarlijke passage na de brug naar Malbuisson. Het water valt anderhalve meter naar beneden in een trog die minder dan een meter breed is. De wanden zijn sterk onderspoeld en het geheel wordt als levensgevaarlijk beoordeeld. Volgens de beschrijving zie je de passage niet goed aankomen en zijn er slechts kleine keerwaters voor. Voorzichting varen dus als we de brug naar Malbuisson zijn gepasseerd.

Eerste passage na instappunt aan begin van de kloof

Na een paar honderd meter in een redelijk open bedding komen we in een flauwe bocht naar links bij de eerste verblokte passage. Daarna verdwijnt de Bonne in een rotskloof om er pas 5 kilometer verder weer uit te komen. 

mmmm...

Deze eerste passage is vanaf de weg ook nog bereikbaar (de enige denk ik) en de niet vaarders hebben zich reeds verzameld bovenop de rotsen.

Omdat de rivier aansluitend in een smalle kloof verdwijnt moet er wat verder verkend worden dan normaal, dat om zeker te zijn dat er geen bomen in de uitvaart zitten. 

Smalle rotskanaaltjes

Alles is vrij en ik buts als eerste wat ongecontroleerd de passage af, wordt door een wandje gepakt en maak half in een walsje een 360. Dat kan netter. Alle anderen gaan er goed doorheen en dan zitten we in de kloof.

De rivier heeft een lange bobbaan in de rotsen uitgesleten onderin het V-vormige dal. Het is een absoluut unieke kloof ervaring. Regelmatig varen we honderden meters door een rotskanaal met daarin trapjes en verblokking.

Door de lage waterstand zijn de meeste passages niet overmatig moeilijk maar er zitten toch wel een paar stevige jongens in, in de vorm van vervallen tussen smalle wanden met onderin een flinke zuiger. Michiel, met z'n Drakkar wheelboy duidelijk degene met de minste voorwaartse snelheid, moet zich zelfs een keer via de rotswand uit een wals trekken.

Het ene moment zitten we in een laag kloofje van 1 tot 3 meter breed om een paar honderd meter verder weer in een "open" variant uit te komen.

Michiel deed het uitstekend in de Drakkar Wheelboy

Bij deze waterstand hoeven we in de eerste helft slechts een passage om te dragen en dan alleen omdat de waterstand te laag is en we het risico lopen onder stenen vast te komen zitten.

Na ongeveer 1.5 km zien we boven ons het Viaduct met daarop de niet-vaarders. De passages voor en na de brug zijn bij deze waterstand eenvoudig te varen, maar omdat er aansluitend aan de onderste passage weer een rotskanaal komt, ga ik hem toch maar even verkennen om zeker te weten dat de uitvaart helemaal vrij is.

Nu is het volgens de documentatie nog circa 2 km tot de brug van Malbuisson en dan moeten we op gaan passen om niet ongewild in de WW VI passage te spoelen.

Rustig varen we verder, de kloof wordt even wat wijder en draait dan met een bocht naar links, in de buitenbocht ligt een grote boomstam, daar vaar je soepel voorlangs. Na de bocht begint weer een langgerekt rotskanaal met diverse trapjes en kommen en een paar flauwe bochten. Het geheel lijkt wel verdacht veel op de aanvaart naar de WW VI passage. Maar nee, dat kan niet, we zijn nog niet onder de brug van Malbuisson doorgekomen...

Rechts zie je de trog

Ik vaar van keerwater naar keerwater, Coen en Geoffrey volgen steeds een paar keerwaters terug, voor me duikt een verval op van circa 2 meter waarbij bijna al het water links in een trog van minder dan een meter breed valt. Het zal toch niet waar zijn....

Jawel hoor, ik zit in het laatste keerwater voor de WW VI passage! Opgewonden gebaar en schreeuw ik naar Coen en Geoffrey dat ze niet door mogen varen.

Helaas, laat Geoffrey nu net besloten te hebben om een paar passages hoger om te gaan en niet te rollen... 

We praten wat na, dragen de passage om en schuiven eronder weer in het water.

Met afgrijzen zie ik hem met boot naar beneden komen zwemmen. Geoffrey heeft voor deze tocht een ander bootje geleend en wil die niet zomaar door laten spoelen, hij houdt zijn boot angstvallig vast en drijft zo richting het afvoerputje van de Bonne. Ik kan niets doen, zit nog in mijn boot en wil zeker niet samen met Geoffrey het putje in getrokken worden. "Laat die boot los" brul ik en gelukkig besluit Geoffrey de boot te laten gaan en klautert even later achter mij in het keerwater aan de kant. Coen is een keerwater hoger aangeland en daar uitgestapt. Bij deze waterstand is dat geen probleem. Coen trekt mijn boot op de kant zodat ik veilig kan uitstappen, hier een uitglijder maken is niet gewenst.

Even later kan ik Geoffrey helpen zijn boot te bergen die achter het verval in de bodem staat gepind, de boot is niet door de trog gespoeld maar over het rechter stroompje over het rotsplateau gespoeld. Coen vangt het andere team op in een van de hogere keerwaters.

Bij controle achteraf blijkt de beschrijving in de DKV führer en het kaartje in het boek van Peter Knowles (de eerste uitgave uit 1996) niet te kloppen. In beide wordt de WW VI passage aangegeven na de brug van Malbuisson terwijl hij in werkelijkheid 1 km na het hoge viaduct komt.

In de nieuwe uitgave van Peter Knowles' White Water Europe - South Alpes van na 2000, is het kaartje wel correct en staat de passage netjes tussen het viaduct en de brug naar Malbuisson getekend.

Bij een middelmatige tot hoge waterstand denk ik dat we hier niet zo goed uitgekomen waren. Nu was de waterdruk laag, de keerwaters duidelijk en goed te varen en te zwemmen. We zijn echter weer met de neus op de risico's gedrukt. 

De Bonne gaat uiteraard verder alsof er niets is gebeurd met smalle kanaaltjes en af en toe een wat moeilijkere passage. Incidenteel moeten we eruit om te verkennen.

Na circa 6 kilometer, waarvan meer dan 5 kilometer rotskloof komen we aan in het stuwmeertje bij de "Pont Haut". Die avond rijden we in 1.5 uur terug naar Guillestre. 

 

Aanvaart van een van de moeilijker passages in de tweede helft

De passage zelf

En de uitvaart, de kloof gaat weer gewoon verder

Absoluut een unieke tocht. Bij deze lage waterstand een paar passages WW IV, niets daarboven. Bij gemiddelde waterstand wordt het denk ik een geheel ander verhaal, de doorgangen worden dan wel wat breder, maar in die lange rotskanalen gaat de druk fors omhoog en moet je je thuis voelen op wildwater IV en smalle kloofjes waarbij de wanden erg intiem kunnen worden moeten je wel liggen.

Voor wat betreft het tijdig stoppen voor de WW VI passage: circa een kilometer nadat je het hoge viaduct onder door bent, maakt de rivier een bocht naar links en in de rechter buitenbocht ligt een grote dikke boomstam. Als de rivier weer terugdraait na de bocht en er weer een lang rotskanaal begint, dan zit na circa 100 meter de passage. Ervoor zitten rechts 2 redelijke keerwaters, bij deze waterstand kun je daar met een team van 4 goed in aanlanden. Bij hoger water zal het allemaal weer veranderen. Vooraf via het rotsplateau de boel verkennen en afzekeren is aan te raden. 

Voor mijn gevoel zou je bij een iets hogere waterstand zelfs rechts over (of op) het stenen plateau moeten kunnen varen. 

In de laatste kilometer van de kloof, hij wordt al wat breder

Traject: 6 km van Pont du Prêtre tot Pont Haut. Aan beide kanten loopt er een weg langs, je kunt echter alleen vanaf de bruggen erin kijken.